Ouden van Dagen
In de schemering (het begint hier om vier uur al donker te worden) liep ik naar de kantoorboekhandel voor een prachtig notitieboekje. Bij de balie zag ik een rood boek. "Five Year Diary" stond erop in gouden letters, alsof iemand het uit de Sovjet-Unie had geimporteerd. Het leek me eng om zoiets te kopen. Ik mag dan wel een tabel hebben gemaakt, een agenda kopen die je leven plant tot in 2013 vind ik wel heel eng. Blijkbaar deelden anderen deze angst, want toen ik naar buiten liep moest ik me langs een groepje bejaarden wurmen. Ze droegen allemaal flesgroen en beige, maar geen looprekjes of stokken.
Man in beige pet: "Oh so what did you buy then?"
Man in flesgroene broek: "A new diary for 2008."
Man in beige pet: "Well, that's optimistic."
This is Your Life
De afgelopen weken voelde ik mijn leeftijd knagen. Buiten de deur was ik een oude vrouw. Als ik niet aan het huilen was, dan sloeg ik wel iemand met een stok (in Ibsen's stuk Peer Gynt). Binnenshuis was ik mijn allereerste eigen appartement aan het inrichten, en me druk aan het maken over hoe ik het beste mijn sokken kon opruimen.
Tijdens haar workshop over toneelschrijven vertelde de (succesvolle, in de dertig zijnde) toneelschrijfster aan ons: "Ja maar de meeste toneelschrijvers schrijven hun beste werk als ze zoals zijn als jullie. Begin twintig. Daarna is het allemaal niet zo bijzonder meer."
Ik zit in mijn appartment, en vraag me af waar ik me op moet richten, voordat ik mezelfs niet eens meer ironisch een jonge vrouw meer mag noemen (niet dat ik mezelf zo noem in het openbaar. Maar ik dacht dat toen ik achttien was en door weilanden liep, "ik ben een jonge vrouw" en het voelde heerlijk), voordat ik de kans om vers jong en nieuw te zijn ben misgelopen. Want: niet alleen wil ik een boek schrijven over het kunstbeleid van de Nazis (vandaar dat ik nu PhD student ben hier) ik wil ook acteren en schrijven en geweldige mensen ontmoeten en af en toe een warm bad nemen.
Dus deed ik wat elke georganiseerde vrouw van een Zekere Leeftijd zou doen: ik ging achter de computer zitten en maakte een tabel. Een tabel waarin mijn leven, de komende drie jaar, was ingedeeld.
Hij ziet er zo uit:
TYPICAL DAY (6 days a week)
During term time: 15 hours in a day (9 hours of sleep)
Getting up, eating, cooking, lunching,
showering etc. 3 hours
Attending lectures 2 hours
Working on PhD (ie: very intense,
hardcore reading . writing) 4,5 hours
Working on artsy things 2,5 hours
Relaxing / sport 1,5 hours
Cleaning, organising, admin 0.5 hours
Getting to places 1 hours
Niet alleen was het beangstigend om je leven in een tabel te stoppen, maar ook om te zien dat het leven dus bestond uit 7 rijen en 2 kolommen. Wat voor filosofische gedachten dit in mij opriep zal ik jullie besparen. Het engste van alles was namelijk nog wel, dat ik me na het maken van deze tabel rustiger voelde dan na een warm bad of het schreeuwend toedienen van stokslagen.