R.
Het is op zijn minst aandoenlijk. Mensen die praten met de rollende r zijn het object van mijn jaloezie. Ik wou dat ik in het Nederlands praatte met de rollende r. Het is ongeloofelijk charmant. En iedereen verstaat je. Het is eigenlijk een soort van subtiel exhibitionisme. Waar medeklinkers normaal gesproken beleefd de stille steunpilaren zijn waar de overdreven luidruchtige oo's en aa's en andere klinkers op steunen, breken de mensen die met de rollende 'r' praten alle regels. De 'r' komt schaamteloos naar voren, en domineert wellustig het gehele woord, de gehele zin. En je kan het niet eens zien. De 'r' rolt naar buiten zonder dat de spreker een spier in het gezicht vertrekt, en toch is hij daar, de wellustig obscene klank van de rollende 'r' die de oren streelt, en het ergste is, dat de nietsvermoende persoon die luistert, het niet eens doorheeft dat hij schaamteloos wordt gemanipuleerd door een medeklinker die zijn plaats niet kent.
Ik heb het geprobeerd met de 'z'. "Bitterzzzzoet" was opeens mijn lievelingswoord. Maar iedereen ging me nadoen of zeggen dat ik zo goed Nederlands kon voor iemand die pas-"hoe lang woon je hier nu?". En het ergste is, je kunt het niet leren. Er zijn mensen die bewust de rollende 'r' gebruiken, sommige acteurs, sommige politici. Maar dat klinkt vervelend en gekunsteld.Maar er is ook weinig erger dan de Wassenaarse 'r' die klinkt als de rollende 'r' in een dwangbuis. Nee, de mensen die van nature met de rollende 'r' praten in het Nederlands, die klinken naar rinkelende belletjes en Spaanse castagnetten of naar klappende zwepen.
My First Review
Recensie van 'No Exit'
Curtain Call
Het is nu alweer voorbij, weken van repeteren, obsessief een karakter proberen te begrijpen en onwillekeurig met de harde blik van een moordenaar met je vrienden praten na de repetitie. Drie uitverkochte avonden, een stuk van 2 uur van onophoudelijke misere waarin geen van de drie hoofdrolspelers ook maar een moment het podium verlaat. Het werkt trouwens wel, dat karakter. Ik heb veel meer gezag over mensen en ben ook erg manipulatief.
[Foto's gemaakt door Tim Johns)






To do list voor premiere vanavond
* Me volledig inleven in Inez, een moordende lesbienne met een hekel aan mannen
* Alle duizenden regie-aanwijzingen volgen
* Alles spontaan lijken te doen
* Echt reageren
* Begrijpen waarom mijn karakter iets zegt
* Niet schreeuwen maar wel kwaad worden
* Alle ontwikkelingen en gedachten van Inez in het anderhalf uur van het stuk begrijpen en vervlechten in een meta-verhaal
* Doen alsof er geen meta-verhaal is
* Echt reageren
* Beslissen hoe Inez reageert
* Waarom reageert ze in vredesnaam zo
* Begrijpen wanneer Inez echt geniet en wanneer ze doet alsof
* Beslissen hoe gek Inez echt is
* Beslissen hoe aantrekkelijk ze zichzelf vindt
* Begrijpen waarom ze mannen gaat versieren in het stuk
* Mezelf eraan herinneren dat ik deze rol al tien jaar wil spelen
* Niet eraan denken dat ik al tien jaar deze rol wil spelen
* Articuleren
* Natuurlijk spreken
* Niet te zacht praten
* Nuanceren, niet op zo'n schreeuwerige toneelmanier
* Niet over het decor struikelen
autoriteit
Iemand zei een keer dat het moeilijke van acteren is, dat het niet zo is als met schilders. Dat wil zeggen: als schilder heb je een ego en een visie, en het strijd is tussen jou en het doek. Bij acteren is het de visie van jou, de regisseur, de andere acteurs, lichttechnici en het podium. Als het je lukt als acteur om je plek op het podium te veroveren, en daar te doen wat je wilt, dan moet de strijd afgelopen zijn. De 6 weken van audities, tekst leren en repeteren zijn dan voorbij. Dan gaan de lichten al aan en kijkt het publiek. Bij schilders of schrijvers is het precies andersom: die zwoegen en worstelen met zichzelf en wat ze willen maken, en dan moeten ze het nog zien te verkopen (tenzij ze natuurlijk de rechten al hebben verkocht voordat ze ook maar iets hebben gemaakt). Als acteur is er nauwelijks tijd voor die worsteling met jezelf. Momenteel repeteer ik voor het stuk Huis Clos van Sartre, in een rol die ik al tien jaar wilde spelen. Een fascinerend personage met eindeloos veel facetten, van veel van die facetten ben ik absoluut niet zeker. Maar ik moet overdreven overtuigend zijn: geconfronteerd met een regisseur die een even sterke visie op het stuk heeft als ik, die vaak lijnrecht over de mijne staat, moet ik in absolute termen mijn rol en mijn visie (die er nog helemaal niet is) verdedigen. Er zijn acteurs die daar niet het probleem van inzien: die zeggen: dat is de regisseur, dus daar moet je gewoon naar luisteren. Maar wat als je in het diepste van je merg voelt dat je weet hoe iets op dat moment moet zijn? Niet alles, maar wel dat ene ding? Zou je tegen een schrijver zeggen dat hij een bepaalde dialoog niet mag schrijven? Maar, je wilt niet zeuren, je wilt geen compromis, je wilt je overgeven aan de ideeen van een ander. Je hebt nog maar nauwelijks je tekst geleerd, het einde van het stuk is in zicht, en je hebt nog nauwelijks over je personage nagedacht. En dan komt het tot een confrontatie. Een confrontatie die zowel hij als ik hadden willen vermijden, maar opeens, beng! midden in een scene staan we met grote ogen en wijzende vingers tegenover elkaar, de regisseur en ik. Ik voel me vresellijk, ik wil geen ruzie, hij wil geen ruzie, maar wat moet je doen als je echt iets wilt, echt het allerbeste wilt? We praten na, als de rest weg is. We komen erachter dat in de uren van getouwtrek een stuk is ontstaan dat veel meer facetten heeft dan we konden vermoeden. Hij zegt: ik heb jou ondermeer gekozen omdat ik wist dat het moeilijk zou worden met jou, en ik maak de beste dingen als mensen me het moeilijk maken. Ik ook, denk ik. En ik vraag me af, of we het soms niet makkelijker hebben dan schilders, omdat de worsteling vooral buiten is, en gedeeld wordt, om iets moois te maken, terwijl binnenin iets stil aan het gisten is.