Meet je leessnelheid bij kaarslicht!

Naast mijn bed staat een kaars. Voor drie uur s-nachts slapen werkt niet goed voor mij, maar is in deze maatschappij wel met enige regelmaat vereist, zodat ik allemaal ingenieuze trucks heb bedacht om dit probleem het hoofd te bieden. Een daarvan is het lezen van een boek bij flikkerend kaarslicht. Op de een of andere manier word ik daar heel lekker slaperig van. Heel iets anders dan lezen bij lamplicht. Enfin, ik lees dus bij kaarslicht. Zo ook laatst – ik zat op mijn bed een boek te lezen en bij een overwegingswaardig fragment, keek ik even peinzend op, mijn blik rustend op de vlam van de kaars. Na mijn overweging keerde ik weer terug naar mijn boek en merkte dat de vlam een soort van afdruk in mijn netvlies had gemaakt. Een heel mooi klein vlammerig vlekje, als een klein oogje van Sauron, versprong met elke beweging van mijn blik over het papier.
Hoewel over de schoonheid van het vlekje genoeg valt te zeggen, is dit niet de eigenschap waarover ik het hier wil hebben. Het gaat mij hier om die andere eigenschap. Het mee verspringen met je blikveld. Zoals jullie waarschijnlijk weten is de wetenschap van speed reading gebaseerd op hoe groot de zinsdelen zijn die je in één blik, één oogopslag kunt lezen. Sommige mensen lezen woord voor woord, anderen verspringen met hun ogen zo’n drie keer per regel, weer anderen lezen een hele regel in een keer, en de allerbesten lezen meerdere regels in een oogopslag. Oefening leidt tot een beter resultaat. Duizend woorden per blik schijnt het hoogst haalbare te zijn (Critici beweren dat je dan het stuk tekst weliswaar hebt gelezen, maar dat je er waarschijnlijk geen fuck van hebt begrepen. Maar ik dwaal af).
Met het oogje van Sauron dat nu in mijn blikveld stond gebrand, bedacht ik mij opgetogen dat ik hiermee een uitgelezen instrument in handen had om te meten hoe snel ik lees. Meten is weten en blij nieuwsgierig ging ik het onderzoek in. Ik nam mij voor om een kleine correctie ten faveure van mijn leessnelheid in te calculeren. Tenslotte benam Saurons oogje me ook een beetje het zicht – zeker twee letters per blikveld – waardoor ik ongetwijfeld iets langzamer zou lezen. Ik ging van start: ik las en ik telde. Hoewel het instrument feilloos bleek te werken, viel de uitslag me een beetje tegen. Ik had niet verwacht een erg snelle lezer te zijn - ik heb vrienden die een artikel uitlezen in de tijd die ik nodig heb om een subtitel te doorgronden – maar dit was wel erg minimaal: twee tot drie keer versprong het oogje van Sauron (en dus mijn blik) per regel. Eén miezerig stapje verder dan het laagste van het laagste: de enkelwoordlezers! Mijn leesmoeder zou zich omdraaien in haar graf! Tenzij ze nog leeft natuurlijk. Maar goed, ik dwaal weer af.
Uiteraard laat ik mij niet uit het veld slaan. Ik besloot ter plekke en op dat moment dat ik mijn leessnelheid zou opvoeren. Nog voor het eind van de winter naar één Saurons oogje per regel! Vervelende bijkomstigheid is dat sindsdien het kaarslicht een prestatiedrift, een wedstrijdspirit in me oproept, waarmee haar waarde als slaapverwekker een beetje verloren is gegaan.