Wifi met peren
Mijn lapje grond van 1050 vierkante meter is een lachertje. Een
postzegel. Tenminste, in de ogen van mijn buren. Want die hebben
allemaal een stuk Hogeland dat minstens dubbel zo diep is. De buurvrouwen aan de
rechterkant hebben ooit het achterste deel van mijn tuin gekocht en
zijn zodoende in het bezit van een L-vormige jungle ter grootte van het
Amazonewoud. Ik vind mijn postzegeltje in huidige vorm overigens groot
genoeg.

Bovendien levert de L-vormige rimboe van de buren veel voordelen op. Zo hebben ze kippetjes, appelbomen, walnotenbomen en stoofpeertjesbomen. En kan ik mijn eters culinaire hoogstandjes als verse stoofpeertjes met pecannotencaramelijs voorzetten. Dat laatste groeit overigens helaas niet aan een boom, maar toch.
Toch bezorgde het kistje peertjes in mijn keuken me ook een klein schuldcomplex. Want ik heb geen bomen om terug te plukken. (Ja, 1 lousy appelboom, maar daar lachen mijn buren natuurlijk om) Of indrukwekkend tuingereedschap om uit te lenen, zoals de kettingzaag van de buurvrouw aan de andere kant. (Ja, ik heb 1 hark, maar daar... enfin).
Totdat een van de buuvs vandaag op het raam tikte en schuldbewust mij me binnenliep. Ze had een ernstig vergrijp op te biechten. Sinds kort kon ze heerlijk met haar laptop aan de keukentafel werken, omdat iemand in de buurt opeens een draadloos netwerk had. En of ik misschien... En of dat erg... En of ze dan moest meebetalen ofzo?
Ik heb geen stoofperen om uit te delen, geen kippetjes die eitjes leggen of kettingzagen die kunnen worden uitgeleend. Maar ik heb WEL een geweldig netwerk. Letterlijk en figuurlijk. Want dankzij Nieuwe Gardisten Mark en Lykle heb ik Wifi. En dat is net zo waardevol als een kist vol stoofperen. § ¶
(te) Hard Gelach
Kramp in mijn kaken en buikpijn van het lachen. Gisteravond was het dubbel feest. De vrinden van OpSterkWater traden op tijdens het 3FM Hard Gelach comedyfestival in de Melkweg. En kregen een harder applaus dan vechtersbaas Javier Guzman! Terecht, natuurlijk. Even daarvoor waren we de Kleine Komedie uit komen hollen, alwaar Wart de langverwachte premiere had van Rooijackers, Kamps en Kamps 4.
Nou zijn er in de theaterwereld drie publiekscategorieën bijzonder irritant. Ik zal ze even voor u opsommen:
1. Publiek dat niet lacht
2. Publiek dat overal om lacht
en de ergste:
3. Een iemand (meestal een vrouw) in het publiek die te hard boven iedereen uitgilt. Doorgaans behept met schelle heksengrinnik en/of hysterische huisvrouwenlach.
Na de voorstelling wachtten we in de foyer op Wart. Ze schenken Dommelsch in de Kleine Komedie, maar dat is een verder niet ter zake doend detail. Belangrijker is dat ik me bijna in het bier verslikte. En wel door Warts opmerking: 'Vond je het leuk? Ik kon jou boven iedereen uit horen lachen!'
Slik. -Kuch- Schaamrood. Ik blijk er eentje uit categorie 3. De ergste. Genant! Ik verontschuldigde me uitvoerig. 'Nee joh, het moedigde me juist heel erg aan!' loog hij er snel achteraan. Maar ik zag m denken: Die zetten we de volgende keer op het derde balkon. Achter een paal.
----------------
Backstage foto's alvast op www.10e.nl!
Ga m zien, Rooijackers, Kamps en Kamps 4! Speellijst alhier. Hard lachen onvermijdelijk.

§ ¶Kattenvrouwtje
Ik broed al weken op een manier waarop ik het volgende kan vertellen.
Er rust toch een zeker taboe op dit onderwerp. Maar het wordt tijd er
voor uit te komen. Soms lijkt het
alsof alle (met name vrouwelijke) webloggers er dol op zijn. Ik niet,
dus. Mijn afkeer neeemt zelfs toe met de dag. Ik heb geprobeerd van ze
te houden maar het lukt niet, hoezeer ik het ook probeer.
Ik houd niet van katten.
Wellicht dien ik erbij te vermelden dat ik in het bezit ben van twee
zwarte witgesokte katten. Een poes en een kater, om precies te zijn. Ik
kocht een huis op het platteland en kreeg de katten erbij als bonus.
Katten zijn zo heerlijk zelfstandig, ze hebben een eigen willetje en
zijn vreselijk lief. Zo willen kattenmensen ons doen geloven. Mijn
katten zijn inderdaad heerlijk zelfstandig met hun eigen willetje. Zo
kunnen ze zelfstandig de koelkast openen als ze zin hebben in een pakje
roomboter, halfvolle melk of wat verse vis. Is het niet vreselijk lief.
Wat is er lief aan beesten die zich niet aan mensen hechten maar slechts
aan hun omgeving en etensbak? Die je bij thuiskomst overduidelijk
alleen begroeten omdat jij de kattenbrokdealer bent? Soms kruist
mijn blik opeens de hunne en dan zie ik ze denken: Geef me brokjes, kutwijf, en snel een beetje.
Mocht ik onverwachts in huis te komen overlijden dan zullen ze niet
wachten tot de rigor mortis is ingetreden. Sterker nog, ik verdenk ze
ervan dat ze af en toe stiekem in me bijten als ik lig te slapen, om
te checken of ze al tot consumptie kunnen overgaan. Katten zijn zo opportunistisch als de pest.
Ik ben geen kattenmens, ik ben een hondenmens. Een hond kan je
opvoeden, een hond is trouw en een hond is blij als je thuiskomt, ook
al geef je m een week geen eten. Ik wilde een hond, ik kreeg twee
katten. Het leven is hard.
Dat ik geen kattenmens ben betekent overigens niet dat ik niet lief ben
voor mijn katten. Integendeel. Ik geef ze trouw hun dagelijkse porties
eten, ik aai ze als ze dat van me eisen en laat ze naar buiten als ze
daar met een subtiel
mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-
mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauwmauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-
mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-mauw-
mauw-mauw-mauw * om
vragen. In ruil daarvoor vangt de slimste van de twee af en toe een
muis.
En zo leven we samen, in onze schijnharmonie. Ik en mijn katten. Fikkie en Bodo.
--------
*vrij naar Martijn Koning, SCF 2005
Departure
'Honderdvijf kilo', zegt hij aarzelend. 'Maar dat is met kleren en
schoenen aan, dus eigenlijk is het honderdeen'. Ik knik ter bevestiging
en roer in mijn koffie. Zwart, terwijl ik
normaal gesproken alleen met melk drink. Maar je laat geen pak melk in
de koelkast staan als je een maand lang op vakantie gaat.
Hij stapt nog een keer op de weegschaal, maar nu met een koffer.
Honderdvijfentwintig kilo, schoon aan de haak. Hij grijnst
triomfantelijk en wenkt me op de wijzerplaat te komen kijken. Hem
zullen ze bij de douane niet pakken op overgewicht, zoveel is zeker.
'Mooi koffertje he? Het is een nieuwe, van de vorige was het
handvat afgebroken. Vlak voordat ik thuis was, het gebeurde hier bij de
voordeur weet je nog? Ik neem trouwens een half uur eerder de trein. Dan
moet ik wel even wachten op het hoofdstation maar dan hoef ik niet over
te stappen in Amersfoort. Welk jasje zal ik meenemen, die groene of die
blauwe? Die blauwe maar denk ik, die groene is wat flodderig'. Het
komt goed uit dat hij zijn eigen vragen beantwoordt, want mijn keel
lijkt dicht te zitten. Tussen twee bittere slokken door weet ik een semi-enthousiast 'hm hm!' uit te brengen.
Hij staat nog altijd op de weegschaal, met koffer en al. Ik zie een
reislustig jongetje. Blij en opgewonden, startklaar voor zijn
allereerste logeerpartij of schoolkamp. Dan stapt hij van de weegschaal af. Een kale
man in beige plooibroek. 61 jaar oud, alles onder controle. Mijn vader.
Herfst
Rinkel. Telefoon. Ik ben al een tijdje wakker maar lig nog in bed want
het is kloteweer. En ieder excuus om wat langer in je bed te blijven
moet je aangrijpen, vind ik. Ik frummel mn mobiel onder het kussen
vandaan. 'Haloe' zegt een stem aan de andere kant van de lijn. 'Is de
boom nog verdrietig?'
Ik draai mn hoofd naar links en werp n blik uit het slaapkamerraam. De
boom is overduidelijk nog verdrietig. Je zou dr zelf bijna depressief
van worden. De regen tegen de ruit vertroebelt het beeld en laat de
boom nog treuriger kijken. Ik zucht diep. 'Ach joh' zegt de stem aan de
andere kant van de lijn. 'Trek het je niet aan. Hij is vast gewoon
verdrietig omdat ie al z'n blaadjes kwijt is'.

How to dismantle an atomic bomb
Het is tegen negenen 's avonds en ik zit in een praktisch verlaten RTV Noord gebouw. Vloekend, want het montagesysteem waarmee ik werk is net vastgelopen. De rinkelende telefoons om me heen doen vermoeden dat er meer aan de hand is dan een windowserrortje. Een blik op de flatscreen verduidelijkt veel: we zijn uit de lucht. Voor een televisiestation is er maar 1 ding erger dan 'Even geduld AUB'. Dat is op zwart staan.
De dichtstbijzijnde editor annex systeembeheerder zit in Franeker. Per telefoon vraagt ie me door het gebouw te rennen om te zien of er nog een technicus is. Volstrekt zinloos, maar anders voel ik me helemaal zo nutteloos. Aangekomen in de uitzendstraat zie ik reeksen brandende lampjes, flikkerende computerschermen, een monitor op zwart en GEEN technicus. 'Ok Janine, we doen het als volgt', hoor ik door het mobieltje in mijn rechteroor. Ik grinnik, onderdruk een 'OK boss, talk me through it' en neem plaats achter een van de schermen. Ik heb werkelijk geen flauw benul waar al deze apparaten precies voor zijn. Ik ben a technisch, onhandig en krijg thuis nauwelijks de citruspers aan de praat.
Een paar minuten lang ben ik op aanwijzingen van de editor in Franeker bezig met het deleten van files, het checken van hard timed items, het saven op de omneon en het verzetten van knoppen. De atoomklok boven mijn hoofd tikt door. Ik heb nog anderhalve minuut. Dan is het 21 honderd uur en moet de volgende loop worden gestart. Ik begin er zowaar lol in te krijgen en mix af en toe een stiekeme 'roger' 'check' en 'do you mean the RED or the BLUE wire!!?' in de conversatie.
Om 34 seconden voor negen sta ik klaar met de vinger op de juiste knop. Om exact 21 honderd uur moet ik drukken en zal ik zien of ik de uitzending heb gered. (Was dit een film geweest dan was het natuurlijk 2 seconden voor 21honderd uur geweest maar laten we wel realistisch blijven mensen. Dan had ik ook grotere borsten gehad en was de man aan de andere kant van de lijn mijn stuurse maar goedgebouwde ex verloofde van wie ik onbewust nog heel veel houd en door deze stresssituatie komen we erachter dat we eigenlijk toch voor elkaar gemaakt zijn).
Om exact 21honderd uur druk ik op de knop. Het beeld verspringt en de uitzending wordt gestart. Mijn gejuich galmt door het hele gebouw. Het is een nogal eenzame euforie. Ik kijk de gang in om te zien of er niet toch een stiekeme groep collega's staat. Van wie eentje begint te klappen, langzaam, het tempo opvoerend. En dat de rest dan als gehypnotiseerd begint mee te klappen. Maar de gang is leeg. Er loopt zelfs geen aftiteling door het beeld op de monitoren voor me. Ik loop naar boven, schenk een mok koffie in en neem plaats achter mijn bureau. Radiocollega Erik Hulsegge steekt zijn duim naar me op. Zo in de verte lijkt ie een heel klein beetje op Brad Pitt.
§ ¶Buro Renkema
Heeft u er al van gehoord in de wandelgangen?
Misschien op het werk bij de koffieautomaat, roddelende collega's, gefluister vanaf het bankje achter u in de trein, de niet aflatende geruchtenstroom op internet....
Buro Renkema is in oprichting. Het kantoor opent binnenkort zijn deuren, zo melden anonieme bronnen. En vanaf die dag is niemand veilig. Zelfs de president van Frankrijk niet, zoals te zien is in dit voorproefje...
§ ¶How I wish it was sunday


De Nieuwe Burgerlijkheid: visite op zondag, zelfgebakken appeltaart van
appels uit de tuin en nadien (ik durf het bijna niet te zeggen) een
wandeling. Het is maar goed dat ik niet gelovig ben, anders was ik 's
ochtends vast ook nog naar de kerk geweest. Met een broekzak vol kleingeld en wat Wilhelminapepermunten.
Weet er iemand
volgende week zondag nog een hip loungefeestje ofzo? Hoewel: Loungen bij een open haard is zoveel prettiger. En die houten
kist vol stoofpeertjes van de buren moet ook nog worden weggewerkt...
Oh kom er es kijken
Je moet alles in je leven een keer hebben geprobeerd. Vind ik.
(Uitzonderingen daargelaten. Ik noem sex met dieren, een klysma en het
bijwonen van een concert van Celine Dion) En dus was ik afgelopen
zaterdag voor het eerst in mijn leven zwarte Piet. In Stadskanaal. Want
hoewel Sneek en Stadskanaal best een eindje uit elkaar liggen wist de
Goedheiligman niet alleen Friesland met een bezoek te verblijden, ook
in Oost Groningen ging hij aan wal. Bijna tegelijkertijd! En dat op die
leeftijd. Knap hoor.
De Sinterklaasmedewerkers in Stadskanaal hadden enigszins moeite met
het door ons bedachte reportageconcept. Collega Kirsten en ik zouden
als nep-Pieten (want: in beeld geschminkt en te zien op TV Noord rond
kinderbedtijd) mee met de echte Pieten. Helaas moesten de opnames
steeds worden stilgelegd omdat de schminkers dit toch zo simpele
concept maar niet leken te begrijpen. (Kirsten tegen Janine: 'Zou die
baard van Sinterklaas nou helemaal echt zijn?' Schminkman: 'Nee
natuurlijk niet, die heb ik er net opgeplakt'. Etc.)
Al dit leed was snel vergeten bij het zien van al die blije -of beter
gezegd bijster angstige- kindersnoetjes. Zwarte Piet zijn is GAAF, ik
kan niet anders zeggen. Al moest ik oppassen dat al die nieuwverworven
macht niet naar mijn hoofd steeg. Ook lelijke kindertjes met
snottebellen hebben tenslotte recht op een hand vol pepernoten. Na het
zorgvuldig uitfilteren van de extra lekkere Sintschuimpjes natuurlijk.
Ik bleef een eervol Pietje.
Totdat ik aan mijn capeje werd getrokken door een wat al te
opdringerige vader. 'Kom es door met die pepernoten' spuugde vaderlief
in mijn gezicht. In vreesde even voor mijn schmink. Naast hem stond een
verlegen blond kereltje. Ik zakte door mijn knieen en vroeg in mijn
allerliefste Piets: 'En wat wil JIJ dit jaar hebben van Sinterklaas?'
Ik moest mijn oor bijna bij zijn mond houden om het antwoord -Een
Keemboj- te verstaan. Zijn vader keek argwanend op me neer. 'GEWELDIG'
riep ik uit, terwijl ik het kereltje een flinke hand pepernoten gaf.
'Die heb ik op de pakjesboot zien liggen. Een Gameboy met VIJF
spelletjes. En JOUW naam erop!'
Interniet
Webnerd Mark H. liep enige dagen geleden in mijn tuin. Vervaarlijk zwaaiend met zijn gifgroene laptop (er zijn foto's van*). Niet uit agressieve overwegingen, maar om mijn kersverse WIFI te testen. Het werkte. Had ik dat gewild, dan had ik die middag vanuit bovenin de appelboom mijn mail kunnen checken.
Helaas werkt het principe van iets-dat-stuk-is-doet-het-spontaan-weer-zodra-de-expert-is-gearriveerd ook andersom. En dus hield het netwerk dr heel vals mee op zodra Mark H. uit het zicht was verdwenen. En ben ik nog altijd internetloos in mijn nieuwe stulp.
Vandaar mijn lage logfrequentie en de afwezigheid van foto's. Zoals die van het interview met Jan en Carola van BZN. En de voor- en na-foto's van het huis. De eerste opgekauwde muis van katten Tommie en Annika (* belooft hierbij plechtig niet tot kattenfotolog te verworden*). En de toneelrepetitie gisteravond, die volledig de mist in ging. Gelukkig kan ik nog wel stiekem linkjes posten op mijn werk. http://www.prinsbernhardcultuurfonds.nl/content.asp?path=dvn1yy06 Voila!
(Er zijn nog kaartjes! Zes euro vijftig mensen, da's geen geld
om Jacques d'Ancona, Hans Alders en ondergetekende te zien afgaan...)
*zie update, jawel- alleen is dit met mijn ibookje en niet zijn stoere gifgroene
